Vies weer


door Marjoleine Kramer

Nadat ik de week ervoor een beetje rust had genomen, was het nu weer tijd om vol aan de slag te gaan. Eigenlijk baalde ik in eerste instantie dat ik drie trainingen niet helemaal zo snel/intensief heb gelopen als normaal. Maar nu ik erover nadenk, is het misschien zo slecht nog niet. Eén van de drie trainingen helemaal overslaan en de andere twee wat rustiger aan doen is misschien wel eens goed voor de spieren, pezen en aanhechtingen. Kunnen ze lekker herstellen en rusten.

Turks stoombad

Ik had deze week wel weer zin om flink aan de slag te gaan. Dat kon maandag prima, tijdens de baantraining bij AV’56. We begonnen met een parcours over kleine hindernisjes, een laddertje en fietsbanden. Al snel merkte ik dat het warm was, drukkend warm. En twintig graden. Ik keek al moeilijk naar de thermometer toen ik van huis ging. Laatst vond ik veertien graden al zo warm.

“Nou, ik was blij dat de winter over was, maar dit is ook niet alles”, merkte een trainingsgenoot na een rondje parcours op. “Doe mij maar vijf graden en een winterzonnetje”, stemde ik in. Man, man, man. Het leek wel of we aan het sporten waren in een Turks stoombad. Het zweet gutste van onze voorhoofden en de kern van de training moest nog komen.

Aftellen

“Vandaag: twee keer 1600 meter, ieder op zijn/haar eigen tempo”, zei trainer Laurent met een lach op zijn gezicht. Vooral dat laatste klonk heel prettig. En dan twee keer vier rondjes joggen, met een rondje wandelen tussendoor. ‘Moet lukken: ik heb laatst nog vier kilometer aan één stuk gejogd’, dacht ik. Ik liep samen op met een trainingsgenootje die ik nog kende van de middelbare school. We kletsten lekker bij, al merkte ik dat ik het naarmate de training vorderde zwaarder kreeg met mijn ademhaling. Zou dat ook komen door het weekje rust? Ik telde de rondjes echt af.

“Als je rustiger aan wil doen, moet je het zeggen hoor”, zei ze toen we mochten wandelen. Hmmm. Misschien wel fijn, inderdaad. De tweede ronde begonnen we met een wat minder vlot tempo. Dat scheelde, maar het bleef vies weer. We sloten aan bij twee groepsgenoten die nu op kop van groep vijf liepen. Ze leken eerst weg te stuiven, maar later kwamen we toch weer achter hen terecht. Volgens Laurent hadden we een mooi gelijkmatig tempo met zijn viertjes.

Sprinten

Toen we over de streep kwamen, wandelde ik even door terwijl anderen begonnen met rekoefeningen. Ik voelde mijn zij wel een beetje. Langzaam werd mijn ademhaling weer normaal. “Dachten jullie dat we klaar waren, we hebben nog een ronde te gaan hoor”, zei Laurent tegen de rekkers en strekkers. Dat had een aantal niet verwacht. Nog een rondje, deze keer van de ene naar de andere lantaarnpaal op normaal tempo, dan het volgende stuk tussen de lantaarnpalen sprinten, en weer normaal tempo, enzovoorts.

Het normale tempo mocht dan net zo zwaar als eerst voelen, toch had ik nog wel wat gas over voor het sprinten. Dat ging iedere keer steeds harder. De laatste sprint mondde uit in een wedstrijdje met het trainingsgenootje. “Waar haal je dat vandaan? Net had je het nog zo zwaar.” Euh tsjah, die vraag kon ik zelf eigenlijk ook niet beantwoorden.

Na de cooling-down was het tijd om wat water te drinken en het gezicht af te vegen. Want ik had veel getranspireerd. Toen ik thuis was voelde ik mijn benen (spieren, pezen, aanhechtingen, etc.) helemaal niet, zoals ik dat normaal wel eens heb na een training. Wat een paar daagjes rustig aan (of benauwd weer) al niet kunnen doen. 🙂

Nieuw rondje

In eerste instantie wilde ik woensdag gaan trainen, maar toen was het opeens 28 (!!) graden. Tsjah… Dat leek me toch niet zo handig, van joggen in 15 graden naar 28 binnen een week. Dus het werd donderdag, met een aangenamere 20 graden. Mijn vriend ging weer mee op de fiets. Ik wilde eens een nieuw rondje doen: in de omgeving van zijn huis joggen dit keer! Maar ja… waar zouden we eens heen gaan?

“Ik weet wel een leuke route”, hij opperde enthousiast een offroad stuk waar ik rondjes kon rennen, terwijl hij bergen op- en af zou fietsen met zijn mountainbike. Nou, dacht het dus niet. Via een route met zoveel mogelijk groen zijn we, op de verharde weg, van Goes naar Wilhelminadorp en terug geweest. Mijn vriend dartelde weer enthousiast om me heen terwijl hij de oren van mijn kop kletste. Een oudere man die we onderweg tegenkwamen kreeg een brede glimlach op zijn gezicht van die aanblik.

Op ’t gemakje

Misschien was de luchtvochtigheid een stuk minder, maar het joggen ging geweldig die avond. Toen we bij het bruggetje in Wilhelminadorp omkeerden, liep ik nog heerlijk terwijl ik er toch alweer meer dan drie kilometer aan één stuk op had zitten. In totaal heb ik zo’n 4,3 kilometer achtereen gejogd. Eigenlijk kon ik nog wel even door, maar besloot toch maar met uitwandelen te beginnen.

Toen ik thuis de route op Runkeeper terugkeek, bleek ik nog meer dan een kilometer van huis te zijn toen ik met het uitwandelen begon, dus het was wel wat vroeg. De volgende keer zal ik wel wat langer doorlopen. En harder: mijn tempo bleek gemiddeld 8 km/u in plaats van 8,5 km/u te zijn… Al moet ik toegeven dat ik tijdens het joggen niet gekeken heb, misschien had het er dan anders uitgezien. Toch was het nog best een flinke ronde: 6,5 kilometer! Die onthouden we.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bijdrage Marjoleine

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s