30 maart

door Koen de Vries

Ik ben buitengewoon slecht in het onthouden van jaartallen, leeftijden en allerlei andere getalsmatige zaken, maar de 30e maart van vorig jaar en de dagen erna zal ik niet snel vergeten. Op zaterdag 30 maart 2013 was het ’s morgens bij ons spekspiegelglad en toen ik ’s morgen op m’n fietsje nog even een paar boodschappen ging doen, klapte ik onverbiddelijk op m’n smoel.  Daar gaat m’n Zestig van Texel, dacht ik toen ik onderweg was richting klinkers.  

Het viel gelukkig allemaal nogal mee. Een paar schaafwondjes, een pijnlijke elleboog en kont, meer schade was er niet. Twee dagen later liep het met de Zestig van Texel veel slechter af. Wat was het verschrikkelijk koud en wat moesten we lang tegen die ijskoude noordenwind opboksen.  Na veertig kilometer, net toen we de wind een beetje mee kregen, was het helemaal op bij mij en was de kou niet meer uit mijn lijf te krijgen.

Ik dacht dat opgeven niet in mijn woordenboek stond, maar dat bleek een misvatting. Die dag stond het er met hoofdletters en een gouden randje. Toen ik Jan met m’n auto langs het parkoers zag staan, wist ik niet hoe snel ik moest instappen. Weg van hier, snel naar een warme, wat zeg ik, hete douche. Ik heb er nog steeds geen spijt van, alhoewel het al de tweede keer was dat ik de finish van de Zestig niet haalde.

Waarom ik hier over begin? Omdat ik zondagmorgen 30 maart 2014 tijdens ons tochtje door het bos aan die totaal andere dertigste maart moest terugdenken. Toen liep ik in lange broek met korte broek eronder, twee shirts met lange mouwen  en een windjack erover en een dikke muts op m’n hoofd. Nu liep ik in korte broek en een shirtje. Het was fantastisch loopweer en ook de natuur was prachtig. Een jaar geleden was alles nog kaal, leeg en in rust. Nu was alles in beweging. Het was het toppunt van lente. Fluitende vogels, groen wordende bomen en – vooral – herten everywhere.

Tussen Domburg en Oostkapelle, waar je die beesten niet al te vaak tegenkomt, struikelde je er bijna over en in het waterwingebied leek er sprake van een ware invasie. Waar kwamen al die beesten allemaal vandaan? Een ingewijde wist mij te melden dat die beesten er altijd al zijn (wist ik wel hoor) en ze nu masse de lente in het hoofd hebben. Ze  willen op pad. Maar op pad naar wat? De paartijd van onze hertjes is in september, oktober. Een prachtig schouwspel waar ik het in het verre verleden op dit blog al eens gehad heb.

Gewoon een frisse neus halen misschien? Net zoals wij dat willen wanneer de zon eindelijk uitbundig gaat schijnen? Ik zou het niet weten. En lang wil ik er nu ook niet over nadenken. De zomertijd is aangebroken, het is geen kwart voor tien, maar kwart voor elf, de deadline op de krant nadert en daarna wil ik naar bed.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Nieuws

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s