Appeltaart en trainen

Een nieuwe trainingsrubriek van Jan Roose: 

In één van mijn hardloopboeken staat de volgende vergelijking: “Er zijn tientallen recepten voor appeltaart. Ze zijn allemaal goed, maar je vindt er maar één het lekkerst.” Zo is het met hardlooptrainingen ook. Je kunt overal schema’s en adviezen vinden, maar passen die bij jou? De door mij beschreven trainingen op deze site zijn losse trainingen, die je moet inpassen in je schema en niet zomaar lukraak moet uitvoeren. Of heb jij geen schema en loop je maar voor de vuist weg om bezig te zijn? Nog altijd beter dan niets doen, maar een beetje regelmaat is toch wel wenselijk. Toch loert ook daar een gevaar, namelijk dat lopers het hele jaar op dezelfde manier trainen. Dus loop niet 52 weken 4 of 5 keer per week  40 minuten in een rustig tempo, want dan krijgt het lichaam op den duur geen prikkels meer om te verbeteren. Maar ook elke week 1 lange duurloop, 2 normale duurlopen, 1 snelheidstraining en een heuveltraining, waarbij de laatste vormen regelmatig worden vervangen door een wedstrijd, botten af. Vrij veel lopers verliezen op deze manier na verloop van tijd de motivatie. Ze stoppen en gaan op zoek naar een andere sport. Wat je beter kunt doen? Verdeel je hardloopjaar in blokken van 4 tot 8 weken en leg in elk blok het accent op een bepaalde trainingsvorm. Niet bij alle trainingen, want de normale duurloop blijft de basis van hardlopen. Wanneer en hoe je deze blokken indeelt hangt af van je belangrijke wedstrijden en het jaargetijde. Bij temperaturen van 25 graden zijn lange duurlopen geen pretje en  kun je beter herhalingslopen uitvoeren. Bij sneeuw- en ijstoestanden kun je de snelheid beter even laten rusten. De laatste 6 weken voor een marathon ga je geen reeks intervaltrainingen plannen. Dus iedereen moet dat zelf uit- en ondervinden. We hadden het vroeger gemakkelijk, want er was een duidelijke seizoensopbouw: crossen en een paar korte stratenlopen in de winter, een wegseizoen met wedstrijden van 15 km t/m marathon van half maart tot eind  oktober en een baanseizoen van eind april tot eind september. De methode van bijvoorbeeld Lydiard is ook grofweg op een dergelijke indeling gebaseerd. Deze methode bestaat niet alleen uit lange langzame duurlopen ( long jogs ), maar omvat ook heuvel- en snelheidstraining. Na het baanseizoen is er een blok van enkele maanden, waarin zowel baan- als marathonlopers vooral op uithouding trainen. Naast hun midweekse trainingen is er met een groep op zondag een lange duurloop. De zaterdag ervoor hebben ze meestal aan een cross- of wegwedstrijd meegedaan, waar het resultaat van ondergeschikt belang is. Daarna volgt het blok van de heuveltraining en tot slot de wedstrijdspecifieke voorbereiding met daarin voor de baanatleten de nodige snelheidstraining. In de wedstrijdperiode is het alleen een kwestie van bijhouden. Wij willen tegenwoordig het hele jaar goed presteren bij wedstrijden en dat wordt zo’n trainingsopbouw moeilijk, maar dreigt ook het gevaar van afvlakking. Uitschieters of pieken hebben we zo niet en iedereen moet maar voor zichzelf uitmaken of dat belangrijk is. Toch geef ik een paar voorbeelden van bepaalde blokken. Ik ga ervan uit, dat je 4 á 5 keer per week traint en regelmatig aan een wedstrijd meedoet. 

 

1. Lange duurloopblok, waarbij je bij 2 trainingen per week over een periode van  6 tot 8 weken  duurlopen van minstens 1,5 uur uitvoert. 

2. Heuvelblok, waarbij je bij 2 trainingen per week over een periode van 4 weken over een heuvelachtig parcours loopt of herhalingslopen op een viaduct uitvoert.

3. Snelheidsblok, waarbij je bij 2 trainingen per week over een periode van 6 weken de training uitvoert, die ik beschreven heb in de speciale training voor 60 plussers.

4. Tempoloopblok, idem als 3, maar dan met herhalingen van 600-3000 meter.

5. Rustblok, waarbij je bewust een paar weken maar 2 keer in de week rustig gaat lopen.

6. Andere sportenblok, waarbij je bij 2 trainingen per week over een periode van 4 weken intensief probeert te fietsen, zwemmen, langlaufen, gewichtheffen, of iets anders.

7. Wedstrijdblok, waarbij je in een periode van maximaal 4 weken veel wedstrijden loopt, maar verder nauwelijks traint. Alleen een beetje loslopen. Vooral in de zomer met een combinatie van baanwedstrijden en stratenlopen tot 10 km een aanrader. 

 En om even terug te komen op het begin. Na afloop van een geslaagde training of wedstrijd smaakt dikwijls elke appeltaart.      

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Nieuws

Een Reactie op “Appeltaart en trainen

  1. Sjaak Sinke

    Misschien ook een idee om kennis van te nemen is het boek: Het duurloopmisverstand van Klaas Lok met tips om te trainen volgens de methode Souplesse/Verheul waardoor o.a. Laurey van den Berge een sprong heeft gemaakt van 47 minuten naar 36 minuten laag op de 10 km.
    Helaas geen recept voor appeltaart

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s