Twaalf Vragen (3)

We zijn toe aan deelnemer nummer drie aan de Marathon Zeeuws-Vlaanderen: Peter Erpelinck uit Hulst. 

1. Naam: Peter Erpelinck   

2. Leeftijd: 61

3. Woonplaats: Hulst

4. Beroep: Financieel Consultant (volgens mijn vrouw hardloper)     petererpelinck


5. Sportverleden: Op mijn 12e ben ik gaan voetballen bij V.V. Vogelwaarde. Dat kon toen nog niet eerder, want je begon pas als B junior. Op de lagere school wel altijd aan het voetballen in de pauzes. Een paar weken per jaar was verspringen in de mode. In de  zandbak werd een streep getrokken in het zand. Steeds verder werd de afstand van de streep tot de rand van de bak. Als de streep op 4 meter lag werd het spannend. In de 5e en 6e klas haalde ik ruim 4,4 meter. Daarmee was ik ruimschoots winnaar. Meestal dus voetballen. Ieder kwam er ook extra vroeg voor naar de school. Als 1e kreeg je de eerste ‘pinantie’. Viel niet mee ’s morgens als je ook nog misdienaar was en een krantenwijkje had.
Altijd rennen of hard fietsen dus. Voetballen ging erg lekker als rechtsbuiten. Op de HBS kreeg de gymleraar in de gaten, dat ik wel erg hard kon lopen. Een paar keer per jaar stond een rondje rond de Wallen in Hulst op het programma in de gymles. Dat heb ik nooit verloren. Ik kreeg het advies om eens mee te doen aan een cross in Hulst. Ik won gemakkelijk bij de scholieren. Meester Everaert vroeg me lid te worden van RKHAV. Hij was daar trainer. Die uitnodiging nam ik aan, maar voetbal bleef toch mijn eerste sport. Ze waren streng bij Vogelwaarde. Je deed altijd mee en liet je maten niet in de steek. Nu waren die crossen en andere atletiekwedstrijden meestal op zondag. Dat kwam mooi uit, want ik moest op zaterdag voetballen. Mijn eerste echte cross was in Halsteren. Bij het startschot rende ik zo hard mogelijk weg. Na een paar honderd meter was ik helemaal buiten adem, maar ook helemaal alleen. Alsof de duivel op mijn hielen zat ben ik hard doorgelopen. Ver voor de anderen kwam ik over de finish.
Heel verbaasd en dolgelukkig ook, want het was een sterk veld had men gezegd. Zo werd ik ook op een zaterdag Zeeuws kampioen cross, maar wel omdat het voetbal die middag om 12 uur werd afgelast. Ik was nog net op tijd op de fiets in Koewacht. Een trainingspak had ik toen nog niet, dus flink inlopen om het niet koud te krijgen. In de zomer deed ik mee aan verspringen, hoogspringen, sprint en 600 meter. Er waren wedstrijden in Vlissingen, Middelburg, Zierikzee, Terneuzen en Hulst. Soms gingen we ook naar wedstrijden in België. In de winter heel vaak zelfs om te crossen. Dat was in de tijd van de successen van Willy Fermont en Piet Vonk.
Omdat ik op mijn 16e mocht debuteren in het 1e elftal van Vogelwaarde, dat toen derde klas speelde, was er geen ruimte meer voor atletiek. Het gebeurde toen regelmatig dat ik op zaterdag bij de A junioren meedeed en op zondag mee mocht met het 1e elftal. Tot mijn 34e ben ik blijven voetballen, steeds in het 1e team van Vogelwaarde. Na een vreemde beslissing van een toenmalige trainer -als enige mocht ik niet meedoen in een jubileumwedstrijd tegen Feyenoord- brak mijn Vogelwaarde hart en kwam er eerder een eind aan mijn voetballeven dan ik had gewild. Ik was liever doorgegaan tot ik echt niet meer kon en dat gevoel had ik toen niet.  
Veel werken en weinig sporten de daaropvolgende decennia. Ik ging zo nu en dan wel eens wat hardlopen, maar raakte telkens heel snel geblesseerd. In 2005 heel voorzichtig weer eens begonnen, samen met mijn vrouw die me aanzette eens met haar mee te lopen. Twee minuten lopen, een minuut wandelen. Mijn conditie was ver te zoeken. Na een paar maanden ging het al wat beter en kon ik weer 5 km achter elkaar lopen. Wat vroeger heel normaal was  werd het weer. Voor mezelf plannen gemaakt voor een marathon, dat zou de Kustmarthon worden. Dit tegen niemand gezegd. Maar goed ook, want ik kreeg last van een hielspoor toen ik toe was aan duurloopjes van 20 km. Na maanden rust was mijn voet genezen en moest ik weer helemaal van voor af aan beginnen.  Mijn conditie ging nu veel sneller vooruit. Dat kwam misschien ook doordat ik geen sigaren meer rookte. In het voorjaar van 2009 het plan gemaakt om in 2010 de marathon van Zeeuws Vlaanderen te lopen. Een heel jaar voorbereiding moest toch wel genoeg zijn. Wat heb ik afgezien in de maanden voor de marathon. Mijn bovenbenen waren erg overbelast. Een week voor de start kon ik bijna niet meer lopen. Een weekje rust en paracetamol deden wonderen. Ik stond aan de start in 2010 en liep hem ook uit. Mijn eerste marathon en ik was al 58. Ik had er tientallen jaren van gedroomd en al heel vroeg mezelf voorgenomen ooit een marathon te lopen. Na 6 weken rust -voorgeschreven door de sportarts- begonnen met de voorbereiding voor de Kustmararthon in hetzelfde jaar. Die liep ik ook weer uit en zelfs 10 minuten sneller dan de Zeeuws Vlaamse, terwijl die toch veel zwaarder was volgens de ervaren lopers. In 2011 en 2012
weer beide Zeeuwse marathons gelopen. Mijn langzaamste was de Kustmarathon in 2011, maar toen was het erg warm. Kijkend naar de uitslagen/tijden van andere ervaren lopers was dit misschien wel mijn beste marathon tot nu toe. Beide jaren zonder veel blessureleed
kunnen trainen, een godsgeschenk.
 
6. Hoe ben je in de marathonsport verzeild geraakt: Dat heb ik hiervoor wel al aangegeven denk ik. In het begin trainde ik altijd alleen. De laatste jaren de voorbereiding gedaan met het groepje van Ingrid IJsebaert en Han Gerritsen. Ingrid heb ik leren kennen op de sportschool. We kenden elkaar niet, wat eigenlijk wel logisch is als je als beginnende marathonloper meer dan een uur na haar over de finish komt. Ik loop nog steeds wekelijks bij haar in haar loopgroep. Dit jaar had Ingrid wat minder tijd om de voorbereiding weer te begeleiden. Han Gerritsen, Jan Vermeulen,  Marian van Damme  en ik begeleiden nu samen de trainingen op zaterdagochtend. Heel gezellig en ook wel dankbaar, want ook nu zijn er weer veel deelnemers die voor het eerst een marathon proberen te bedwingen. Elke zaterdag staan er tussen de 40 en 50 deelnemers klaar
om samen te trainen. We hebben vier groepjes met verschillend tempo, zodat iedereen mee kan doen. De lange duurloop over het parkoers
trok zelfs ruim 80 deelnemers, ondanks de barre weersomstandigheden. Het geeft een goed gevoel om zo ook een beetje bij te dragen aan
de marathon van Zeeuws Vlaanderen. En dat als toch nog een onervaren loper.

7. Hoeveel marathons heb je inmiddels gelopen? Dat zijn er tot nu toe dus zes in drie jaar.
 
8. Wat is je beste tijd op de marathon en waar heb je die gelopen? Vorig jaar de marathon van Zeeuws Vlaanderen in 3:57:50
 
9. Wat is je beste marathonherinnering? Ik heb veel goede herinneringen aan de marathon en aan de trainingen. Bij de start van mijn eerste marathon kreeg ik kippenvel op mijn rug. Zo veel klappende mensen en dat was nog maar het vertrek. Elke start doet wat met je. De aankomst vorig jaar in de Kustmarathon was heel speciaal. Loop je in Zoutelande door een haag van applaudisserende en roepende mensen  over de dijk. Zelfs een kleine versnelling is dan weer mogelijk ondanks opkomende kramp in je kuiten. 6 Minuten te langzaam om 4 uur te halen, maar
dolgelukkig.  

10. Waarom doe je mee aan de Marathon Zeeuws-Vlaanderen? Omdat ik me bijna niet meer kan voorstellen niet mee te doen. Ondanks dat ik aan de finish wel weer totaal kapot ben is het een feest om er aan te beginnen. Het is misschien erg sentimenteel, maar ik hou van de Zeeuwse marathons. Ik loop ze beiden erg graag. Dit jaar is de finish in Hulst, dat is in mijn woonplaats, dus extra speciaal. Het leeft hier bij veel lopers heb ik gemerkt tijdens de trainingen op zaterdag. 
 
11. Wat zijn je verwachtingen voor de Marathon Zeeuws-Vlaanderen? Ik hoop toch nog eens een PR te lopen. Dat betekent ruim binnen de 4 uur. Maar als dat niet lukt en ik kom gezond aan de finish, dan ben ik natuurlijk ook zeer tevreden. Met een marathon spot je niet, uitlopen is zeker ook een overwinning. Helaas ben ik nu nog wat geblesseerd en moet ik een weekje rust inlassen. Ik heb erg hard en veel getraind waardoor mijn beenspieren signalen afgeven waar ik naar moet luisteren volgens mijn fysiotherapeut. Ik hoop dus gezond en fit aan de start te staan en gezond en lachend over de finish te komen.

12. Hoe lang denk je nog actief te zijn in de marathonsport? Door mijn leeftijd is dat een moeilijke vraag. In mijn hoofd voel ik me vaak nog maar 20 of 30. Prestaties voor die leeftijd zijn lichamelijk niet meer haalbaar. Ik zou graag nog met de eersten meelopen, maar dat gaat niet meer. Er zijn ook veel betere leeftijdsgenoten. Ik hoop nog heel lang op een gezonde manier te blijven rennen en dan ook graag elk jaar een paar marathons, de Zeeuwse.

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Nieuws

Een Reactie op “Twaalf Vragen (3)

  1. F

    Peter is en blijft een groot sportman in hart en nieren, ik heb samen gevoetbald met Peter en was zoals hij zegt niet te houden in het veld, conditie als een paard en supersterk karakter, jammer dat de leeftijd nu parten speelt, anders was Peter in deze tijd een geziend marathonloper, voor deze sportman blijf ik altijd waardering en respect houden, ik heb Peter tenslotte van dichtbij meegemaakt, Peter succes verder met al je sportprestaties!!!!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s