Kortebroekendag

door Koen de Vries

Minder dan veertien dagen geleden stonden we nog sneeuw te ruimen en gisteren was het plotseling kortebroekendag. Zomaar opeens, na een irritante, smerig koude en sneeuwzekere winter, wees de thermometer te Vlissingen bijna zeventien graden aan. De halve stad rukte uit richting terras, maar ik had iets anders in m’n agenda staan. Er moest getraind en niet zo’n klein beetje ook.

’s Morgens om een uur of tien was de kortebroekendag nog niet aangebroken. Het was nog maar zes graden, veel te koud voor een korte broek. Bij mij ligt de kritische grens tussen kort en lang ergens bij de tien graden. Met lange broek, een shirt met lange, een shirt met korte mouwen eroverheen en een dun jackje maakte ik m’n rondje Zoutelande. Door het Nollebos naar de kop van de boulevard, daar het fietspad richting Dishoek op en na een kilometer de afdaling naar het strand.

Het was laag water en dat is altijd lekker lopen. Maar niet deze keer, want ik koos voor de vloedlijn. Op 1 april, tijdens de Zestig van Texel, is het immers ook hoog water en moet je een kilometer of vijftien langs de aanstormende golven, op zoek naar dat ene stukje harde zand dat er meestal niet is. Wat, hoor ik u zeggen, de vorige keer was het bij de Zestig van Texel toch ook al hoog water? En die keren ervoor toch ook? Dat klopt. Het zit zo. De Zestig van Texel wordt altijd op tweede paasdag gehouden en de datum van pasen wordt afgemeten aan de stand van de maan. En de maan bepaalt wanneer het hoog en laag water is. Het logische gevolg is dat het, wanneer de deelnemers aan de Zestig van Texel om een uur of half elf van start gaan, altijd hoog water is.

Het was een stukje nuttige zelfkwelling waaraan ik me blootstelde en daar kwam bij Zoutelande geen eind aan. Een stemmetje in me riep dat ik op de terugweg over de duinen moest. Daar begonnen m’n benen al lekker te zweten, ten teken dat het behoorlijk warm begon te worden.

Bij terugkeer in Vlissingen stonden ruim achttien kilometers op de teller (en vijftien graden op de thermometer), maar dat was allemaal nog niet genoeg. Na een interview met de organisator van het NK dammen voor vrouwen (ook in Zoutelande, waarnaar ik nu na een frisse douche met de auto was  gereisd), stond een tweede training op het programma. Opnieuw Vlissingen-Zoutelande vice versa, nu over een iets makkelijker traject. Heen over het harde gedeelte van het strand, terug onderlangs de duinen, waar overigens ook nog een paar smerige stukken mul zand liggen.

Nu was het wel kortebroekenweer. Het was inmiddels zestien graden, alle reden om voor het eerst dit jaar in korte broek gehuld te gaan hardlopen. En in een enkel shirt, weliswaar nog wel met lange mouwen. Ik voelde me even zo’n koe die na een lange winter voor het eerst in de wei magt. Ja, ook ik heb enkele rare sprongetjes gemaakt, maar dat was op een smal paadje in het Nollebos, op een plaats waar waarschijnlijk niemand dat kon zien. Het is altijd mooi om te zien dat de gemiddelde burger aan de sterk gewijzigde weersomstandigheden moet wennen. Onderweg kwam ik bijna alleen mensen tegen die nog in hun winterjas rondliepen.

Al met al heb ik op de eerste kortebroekendag van het jaar zo’n 37 kilometer afgelegd en dat stemt tot tevredenheid. Verder ben ik niet zo opgewekt. Volgende week gaat het gewoon weer vriezen. Alle winterspullen staan daarom nog op de pak: de sneeuwschuiver, m’n winterjacks, m’n handschoenen en muts en alle shirts met lange mouwen. Het wordt weer langebroekentijd.      

 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Nieuws

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s