De 25 van Texel

Anita Joziasse verlaat nog okselfris het tweede strand. foto Jan van Doorn

 door Koen de Vries

Het kon ook niet anders. Die troostende gedachte had ik gisteren nadat ik 25 kilometer in de Zestig van Texel de pijp aan Maarten had gegeven. De pijn in m’n knie werd te erg, ik kon er echt niet meer op lopen. Als je voor het eerst in je leven zestig kilometer wilt hardlopen dan moet je topfit zijn, had ik vooraf bedacht. En dat was ik niet. Ik had last van m’n rechterknie, was er door Anton Engels intensief aan behandeld, maar hield toch een vreemd gevoel in het gewricht. Ik hield me de voorgaande dagen figuurlijk op de been met de hoop dat er iets bijzonders zou gebeuren. Toen al na een kilometer of vijf duidelijk werd dat dat niet het geval zou zijn, had ik me al snel verzoend met m’n lot.

Het parkoers was bepaald niet geschikt voor verzwakte knieën. Al na een kilometer of vier werden we een zandvlakte op gedirigeerd, waarin je soms tot je enkels wegzakte. Pas na twee kilometer bereikte je de vloedlijn en daar bleek dat je alleen vlak langs de golven wat hard zand kon vinden. Dat betekende scheef lopen en af en toe een natte poot. Daar schoten de eerste pijnscheuten door m’n knie en de pijn straalde soms uit in m’n boven- en onderbeen. Na negen kilometer ploegen mochten we eindelijk de duinen in en konden we tussen de dennenbomen even wat verkoeling zoeken. Want het was ook nog eens behoorlijk heet en de oostenwind bereikte het Noordzeestrand nauwelijks.
Vooraf sprak ik Jan van der Marel, u weet wel, de drievoudig winnaar van de Kustmarathon, en die verklaarde dat je vanaf de start heel veel moest drinken. ,,Anders sta je na dertig kilometer geparkeerd”, voorspelde hij. Nou was dat ook al een probleem want door mijn conservatieve start arriveerde ik in de achterhoede bij de eerste drinkpost. Daar waren ze met een maatbekertje de bekertjes aan het vullen. Dat schoot niet op, dus het was wachten geblazen. Bij de tweede drankpost was hetzelfde het geval. Daar nam ik m’n eerste pijnstiller, want m’n knie kon toch niet veel schade oplopen, had Anton Engels me verteld.
Aan de andere kant van de duinen trof ik Giel Joziasse. Hij liep de 120 km en had na 72 km opgegeven. Ik bood hem aan een stukje met me mee te wandelen, maar dat zag hij niet zitten. Exit Giel dus. Het stuk door het bos was heerlijk. De pijnstiller deed z’n werk, de dennen gaven veel schaduw en ik had voor m’n gevoel weinig krachten verspild. Vijf kilometer verderop was dat voorbij en moesten via steile duinen weer naar het strand. Weer zo’n @#$@#^%&!-stuk van vijf kilometer door het zand. Zo hier en daar waren veel onaangename badgasten. Kinderen met zwiepende, vlijmscherpe ijzeren scheppen die forten tegen de zee aan het bouwen waren; blaffende hondjes die grommend naar je kuiten loerden; wandelaars langs de vloedlijn (veel Duitsers) die niet bereid waren om even opzij te gaan. En de steeds enthousiaster aanrollende golven, die steeds vaker over m’n voeten spoelden. Op een gegeven moment gaf ik er niks meer om en liep ik dwars door het water. M’n schoenen staan nog steeds te drogen.
Bij km 24 mochten we weer het strand af. Daar stond Jan op me te wachten op m’n mountainbike. Hij zou me de rest van de tocht begeleiden. Het werd een heel kort stukje. Ik kon me met moeite over de steile duinen hijsen, het stuk van 400 meter landinwaarts was een beproeving en na honderd meter door het volgende, onverharde duinpad kon ik echt niet verder. Ik kon amper wandelen, laat staan hardlopen. De Zestig van Texel waren voor mij de Vijfentwintig van Texel geworden. Jan haalde de auto op en reed me naar de finish. Daar namen we als troost een biertje en een sigaretje. En we konden uitgebreid en met enige jaloezie naar de finishers kijken.
Bij de 120’ers won Jan Albert Lanting uit Borne. Ik geloof dat hij 46 is. We zagen hem na 60 kilometer keren op de plaats waar wij zouden starten. Na 4,5 uur zat hij al op de helft en liep er ongelooflijk fris bij. Op de terugweg ging het allemaal iets langzamer maar hij was toch ruim binnen de tien uur binnen. Ongelooflijk dat die man met een gemiddelde van meer dan 12 per uur heeft gelopen! Hij volbracht vorig jaar de Spartatlon (Athene-Sparta, 246 kilometer) binnen 24 uur en werd tweede.
Op de 60 won Luc Krotwaar, de zevenvoudig nationaal kampioen marathon uit Eindhoven. Hij deed er 4.13 over, geen parkoersrecord maar dat was onder deze omstandigheden ook onmogelijk. Jan van der Marel werd vijfde en zag er nog zeer fris uit. Ik heb hem proberen over te halen om weer eens aan de Kustmarathon mee te doen, maar de kans daarop is klein. Hij heeft een prachtige loop in Sauerland ontdekt die begin oktober gehouden wordt. Edward de Leng uit Koudekerke was de snelste Zeeuw. Hij was twee jaar geleden achtste en verwachtte niet dat hij opnieuw bij de huldiging op het podium (beste tien) geroepen zou worden. ,,Er is een heel nieuwe generatie ultralopers”, wist hij. Maar die generatie kwam niet uit de verf. Het waren vooral lopers op leeftijd die voorin finishten. De Leng werd knap tiende in 4.52.
Onder de ‘snelle’ uitvallers de talentvolle Middelburger Michel Buijk en ook de in Zeeland bekende Belg Marc Papanikitas. ,,Ik ga me niet over de kop lopen voor de achtste plaats”, was zijn verklaring. Hij had vooral last van de warmte gehad. ,,Morgen moet ik weer gewoon les geven aan mijn kleuters; voorlezen, poppenkast, verven, tekenen. Dan moet ik fit zijn.”
Tweede Zeeuw was Patrick Vervaet in Sint Jansteen. Hij had een topdag en werd in 4.53 twaalfde. De Zeeuws-Vlaming was in de zevende hemel met zijn prestatie. ,,Ik kon blijven gaan”, jubelde hij net na de finish. ,,Ik zat steeds op een terugval te wachten en die kwam maar niet.”
De snelle mannen komen meestal fit over de streep. De wat mindere goden zijn veelal meer getekend. Anita Joziasse, de vrouw van eerder genoemde Giel, was redelijk punt af. Een (te) snelle start was haar opgebroken. Na 12 kilometer was ze de eerste vrouw, na 24 kilometer lag ze tweede, maar daarna moest ze nog flink inleveren. Ze werd zevende vrouw in 6.04.
Het meest te doen had ik met Ingrid IJsebaert. Drie weken geleden tijdens onze 50-kilometertraining was ze in opperste topvorm. Nu kwam ze na zesenhalf uur ploeteren volledig uitgewoond over de streep. Desondanks heeft ze het gehaald en dat is onder deze omstandigheden een prestatie. Ook de Terneuzenaars Rinus Reijngoudt (onze blotenvoetenloper) en Herman Kuijer finishten, Rinus in 6.38, Herman in 6.06. Iedereen van harte gefeliciteerd!
Naast Giel, Michel en ik was er nog een Zeeuwse uitvaller: John Kommer uit Zierikzee hield er na 30 kilometer mee op. We bevonden ons in goed gezelschap. Ik heb de uitslagenlijst bekeken. Daar stonden voor de 60 kilometer 224 finishers op. Er waren er zo’n 400 gestart. Tel uit je winst. 
De Zestig van Texel is een fantastisch loopspektakel dat voor mij jammergenoeg niet goed is afgelopen. Over twee jaar is er echter een nieuwe editie. Hoewel het dan weer hoogwater is, zin ik op wraak. Maar eerst m’n dikke knie laten genezen. Veel andere dingen hoeven niet te herstellen. Dat was een van de vreemdste constateringen toen ik vanmorgen wakker werd. Ik was helemaal niet moe.

Advertenties

13 reacties

Opgeslagen onder Nieuws

13 Reacties op “De 25 van Texel

  1. Jan van Doorn

    Allemaal kanjers zijn het die starters daar gisteren 2e paasdag op Texel. Als supporter die brandende zon vervloekend en schaduw zoekend heb ik me met grote verbazing afgevraagd waar die ruim 400 starters het lef vandaan haalden. 12o kilometer, 60 kilometer… op de grens van je kunnen. met als beloning. Het RESPECT (geen medaille) en de wetenschap dat je voor de rest van je leven kunt zeggen… Ik heb de 120 km, de 60 km van Texel gelopen (ik had het lef om te starten) op de warmste 2e paasdag ooit in 2011.

  2. Robert

    Hoi Koen. Wat jammer dat het niet gelukt is. De omstandigheden waren dan ook heel zwaar. 60 kilometer op zich is al een opgave maar dan ook nog door mul zand en langs de waterlijn. Het kost zoveel kracht. Een dikke pluim voor Anita en Ingrid. En natuurlijk Edward die een puike prestatie heeft neergezet. Wie weet gaan er over twee jaar nog meer Zeeuwen mee. Ik zelf moet er vooralsnog niet aan denken. Ik kan de zwaarte aflezen uit het verslag van jou en het verslag van Giel. Hopelijk herstel je snel van je blessure. Ik weet zeker dat het voor iedereen een overgetelijke ervaring is geweest. Petje af voor iedereen die heeft deelgenomen.

  3. John Kommer

    Hoi Koen,
    Heel herkenbaar verslag, bij mij was de batterij leeg na 31 km inderdaad, wat een hitte, en dat met zo’n zwaar parkoers. Maar de volgende keer ben ik er ook weer bij, het zal ons zeker een keer gaan lukken, en de ervaring van deze keer gaat daarbij zeker helpen. Maandag 1 april 2012 staat al in mijn agenda. Wat je schrijft heb ik ook, geen zere benen vandaag en ook niet moe, is toch eigenlijk gek?
    We zien elkaar weer, succes met je knie!
    Groeten, John

  4. Boudewijn

    Koen, je bent een bikkel.

  5. John Kommer

    Ik bedoel natuurlijk 1 april 2013!

  6. Ingrid

    Ik hou een geweldig gevoel over aan deze dag/weekend…
    Tuurlijk had ik graag mijn topdag op paasmaandag gehad.
    Maar de overwinning op mezelf, van het niet op gegeven te hebben voelt heel goed…heel mijn donder doet pijn, maar er staat een glimlach op mijn gezicht…ik doe ook weer mee in 2013 (dacht dat ik gisteren iets anders zei…)

  7. Patrick

    Het was een memorabele dag en jij was er bij. Tot de volgende beproeving Koen!

  8. Jan B.

    Soms zit alles mee en soms tref je het niet zoals op 2e paasdag. Jullie moeten het wel heel zwaar gehad hebben als ik het mooie verslag van Koen en de reacties van de bikkels lees. Warm, zand, hoog water, afstand, blessures enz.
    Een ervaring rijker. Toch prachtig loopwerk met een geweldig doorzettingsvermogen van de deelnemers. Maar meer dan 70 km achter je kiezen hebben en dan moeten uitstappen is een verhaal op zich wat je niet snel vergeet. En natuurlijk respect voor alle Texelgangers. Als ik zie wat er getraind is dat is op zich al een prestatie. Een goed en snel herstel toegewenst.
    Tot ziens bij de volgende (ultra) loop.

  9. Training voor ultraloop.

    Ik ben geenszins van plan commentaar te geven op de verrichtingen en resultaten van de Zeeuwse ultralopers in Texel. Wel valt me de groeiende belangstelling voor de ultraloop op. De marathon is blijkbaar niet meer uitdagend genoeg! Toch is de ultraloop niets nieuws. Het is zelfs één van de oudste wedstrijdvormen van het hardlopen. Ruim 100 jaar geleden hield men al wedstrijden over 6 dagen, 1000 km en 1000 mijl op soms kleine indoorbaantjes. Beroepslopers en veel publiek, die zich ook bezig hielden met weddenschappen. Ook voor het ultralopen bestaan er boekjes met schema’s en andere waardevolle adviezen. Niet klakkeloos overnemen, maar de geschiktste delen er voor jezelf uithalen en eventueel combineren met andere adviezen. Zeeland had goede ultralopers. Wim van Dijke van het eiland Tholen liep zelfs 6.59 uur over 100 km. Ook Kees Bruijns en Cees vd Bulck liepen met resp. 8.18 en 8.28 uur respectabele tijden. En wat te denken van Jan vd Weijde uit Kapelle, die ooit de Spartathlon tussen Athene en Sparta over 246 km voltooide. Hij liep ook in 12 uur 122 km en in 24 uur 215 km. Vraag deze mensen om advies of misschien willen ze zelf op deze blog wel iets vertellen over hun training en wedstrijden. Kenners zeggen, dat je voor een succesvolle marathon een bepaalde basis nodig hebt. Ze hebben het dan over een aantal trainingsjaren, een minimum aantal kilometers per week en een tijd van 50 minuten over 10 km om in iedere geval onder de 4 uur te komen. Voor het ultralopen geldt hetzelfde. Een marathon van 3.30 – 4.00 uur is een vereiste om ongeveer 60 km in 6 uur af te kunnen leggen en de trainingen aan te kunnen.
    Natuurlijk worden er veel kilometers gelopen in training, maar zeker niet alleen duurlopen van 50 km en meer. Dit gebeurt maar zelden en dan alleen door toppers in voorbereiding op een wedstrijd van 100 km. De meeste trainingsweken zien er redelijk normaal uit met het zwaartepunt in het weekend. Op één van de weekenddagen staan er 2 duurlopen op het menu: ’s ochtends 20 km en ’s avonds 12 km om te beginnen en dat wordt wekelijks opgevoerd tot resp. 35 km en 20 km. Alleen maar trainen stompt af. Ik heb Marc Papanikitas meerdere malen aan de start zien staan van regionale wedstrijdjes van 6-10 km. Behalve de wedstrijd liep hij heeeel lang in en uit. Verder verklaarde hij die ochtend reeds een duurloop van 20 km te hebben voltooid. Dat is ook een manier van trainen voor de ultraloop. Dus loop regelmatig kortere wedstrijden met veel in- en uitlopen en doe die dag nog een duurloop van minstens 1 uur. Train de rest van de week normaal, maar vergeet de “snelheid” niet. Op deze manier blijf je soepel. Loop ook eens een halve marathon in goede omstandigheden maximaal. Via tabellen kun je dan je te verwachten eindtijd over langere afstanden bepalen. Wel zo handig om je tussentijden te plannen. Voorbeeld: halve marathon in 1.45 uur = hele marathon in 3.45 uur = 100 km in 11 uur. Dus voor 60 km waarschijnlijk 6 uur.
    Voor afstanden boven de 100 km speelt ook wandeltraining een rol. Voor lopers met minder talent, zoals ik , misschien ook voor een marathon al nuttig. Ik ken verhalen van ultralopers, die georganiseerde wandeltochten gebruiken voor hun training. Tal van voordelen: uitgepijlde routes, verzorgingsposten, gezellig druk, enz. En dat voor een paar euro.
    Uitvallen is nooit leuk. Voor ultralopers zijn wedstrijden over 6, 12 en 24 uur dus een uitkomst. Ook al sta je een poosje stil. Meestal kom je toch in de uitslag en is de noeste trainingsarbeid niet voor niets geweest.
    Voorbeeld van een week voor een loper niveau 3.30 uur op marathon in volle voorbereiding op wedstrijd van 6 uur.
    Ma: duurloop 2 uur = 19 km 2de uur sneller
    Di: duurloop 1 uur = 9 km
    Wo: duurloop 2 uur = 20 km
    Do: 30 min. inlopen – 10 x 300 meter met 100 meter pauze( geen klok) – 30 min. uitlopen.
    Vr: rust
    Za: duurloop 1.15 uur = 13 km
    Zo: duurloop 2.20 uur = 28 km en duurloop 1.15 uur = 15km. Deze duurlopen zijn behoorlijk veel sneller, vandaar mijn advies zo’n dag te combineren met een wedstrijd.
    Ik heb veel informatie uit het boekje: Ultramarathon, de uitdaging van de 21ste eeuw. Geschreven door Han Frenken en Anton Smeets, beiden fervente ultralopers. ISBN nr. 90-9014128-6.
    Misschien heeft er iemand iets aan mijn verhaaltje.

  10. Jan van Doorn

    Niet dat ik ook maar een seconde hoef na te denken over of ik nu wel of niet ga beginnen aan een traject richting het lopen van een ultraloop. Een dergelijke uitdaging bewaar ik voor een ‘volgend leven 🙂 ‘ Als supporter zou ik iets dergelijks graag eens meemaken. En wellicht de regionale en landelijke media ook!

    Jan Roose toch vind ik je reactie hierboven interesant om te lezen. Met jou hoop ik dat de Zeeuwse utralopers uit het verleden in dit blog eens hun verhalen en ervaringen willen delen… Wat vinden zij van het idee om de kustmarathon Zoutelande – Burgh visa versa te lopen? Spreekt hen dit aan…? Zouden zij eraan beginnen als ze daartoe de mogelijkheid en energie zouden hebben…? Is er behoefte aan een zeeuwsekust ultraloop? Ik zou graag de mening van ervaringsdeskundigen zoals Jan van der Weijde, Wim van Dijke, Kees Bruijns en Kees van de Bulck eens lezen!

  11. Cees van den Bulck

    Omdat ik mijn naam twee keer tegen kom in de reacties betreffende het onderwerp ultraloop, voel ik mij verplicht te reageren.
    Alleereerst noemt Jan Roose mij ultraloper. Dat vind ik zelf teveel eer. Oordeel als lezer zelf via mijn bescheiden lijstje ultralopen, naast mijn 54 marathons:
    1973 50 km strandloop IJmuiden-Noordwijk v.v. 3.58.13
    1978 100 km Winschoten 8.28.50
    1983 61 km Schipholloop 4.49.26
    En toen pas weer in:
    2008 50 km Rondje Voorne 5.20.39
    2010 6 uur Steenbergen 52,869
    2010 50 km Rondje Voorne 5.34.18
    De laatste twee lopen waren onderdeel van mijn training voor de Swiss Alpine over 78 km, die door een zware knieblessure voor mij eindigde na 31 km.
    Voor de lopen in de jaren 70 en 80, toen het woord ultraloop nog niet bestond, trainde ik hard, meestal 6 tot 9 keer per week, met trainingslopen van 60 km (in een keer). Ik liep toen ook nog op de baan, zoals een 3000 m in 9.14, een 5000 m in 16.27 en een 10 km in 35.00 . Vooral deze toen redelijke basissnelheid was een belangrijke succesfactor. Verder waren het vooral veel kilometers maken in duurlopen, soms ’s morgens 10 km en ’s avonds 20, met weektotalen van 100 tot 160 km.
    De laatste drie ultra’s gingen, zoals duidelijk is, beduidend langzamer, met slechts 4 trainingen per week, met af en toe een training van 3 of 4 uur, zonder enige basissnelheid en met een marathon, die ik niet meer red binnen de 4 uur. Terzijde merk ik op, dat ik nu al een half jaar niet fatsoenlijk kan hardlopen vanwege een zeer hardnekkige achillespeesblessure.
    Over de vraag of er behoefte is aan een Zeeuwse kust dubbele marathon heb ik al veel nagedacht, maar ik ben er nog niet uit. Kijkend naar bijvoorbeeld de Swiss Alpine zou het heel goed kunnen. Naast de 78 km is daar ook een marathon (Die ik liep in 2008), een halve marathon, een 30 km en een 10 km te lopen, plus nog een wandeltocht van 21 km.
    Anderszijds is een ultraloop toch zo specifiek, dat ik betwijfel of de echte Nederlandse ultralopers zich thuis zullen voelen in de uitbundige sfeer van de Kustmarathon.
    Mijn mening staat het dichtst bij het organiseren van een ultraloop, die geheel los staat van de kustmarathon. Bijvoorbeeld een Rondje Walcheren van 65 km. Er is al een wandeltocht, de Mars rond Walcheren, vanaf Vlissingen met de klok mee rond Walcheren.
    Ik zal hiertoe zelf geen initiatief tonen, maar komt het zover, dan ben ik zeker bereid tot hulp en advies.

  12. Dave Boone

    Ik ben het geheel eens met Cees van den Bulck en twijfel ook zeer aan het succes van een eventuele ultraloop tijdens het weekend van de kustmarathon. Als die er komt zou ik overigens wel meedoen, maar de sfeer bij ultralopen is totaal anders dan bij gewone wedstrijden, tenminste bij de paar waar ik dan gestart ben. De sfeer is er ingetogen, gemoedelijk, en heel erg gericht op het lopen zelf, en niet zozeer op de prestatie. De gunfactor is alomtegenwoordig. Geen grote heren met capsones en juichsfeer voor en na de start. De kustmarathon heeft ook haar charmes, maar op een heel andere manier dan bij ultramarathons. Dat is deels te verklaren uit het feit dat ultralopers vaak al zeer veel marathons gelopen hebben, zowel in training als in wedstrijd, en het dus voor hen minder bijzonder is om een grote afstand af te leggen dan voor lopers die het eenmalig doen om het maar gedaan te hebben, zoals het geval is bij veel lopers die de kustmarathon doen, maar ook bijvoorbeeld in Rotterdam.
    Wat betreft de training wilde ik ook nog even reageren. Die is namelijk, zoals Jan Roose al aangeeft, per loper zeer verschillend. Kies de methode die het beste bij je past. Ikzelf geloof in een hoge trainingsfrequentie (bv. in de zomer zes keer per week) met wekelijks of twee keer per week een lange duurloop tussen de twee en vier uur. Er zijn ook lopers die louter lange duurlopen doen, soms tot wel 300 kilometer per week. Jan Albert Lantink heeft zeer nuttige dingen opgeschreven over training en voeding. Hij traint momenteel voor de Spartathlon: http://www.toptext.nl/ultralopen/
    Over het geheel denk ik persoonlijk dat zo’n lange wedstrijd, waar een marathon overigens ook toe behoort, vooral tussen de oren plaatsvind. Geduld (niet te hard starten), zelfkennis, concentratie maar bovenal fysieke en mentale hardheid zijn van levensbelang. Dat laatste kun je overigens gewoon trainen, door bijvoorbeeld met (te) weinig voeding/drank een lange afstand te trainen, de trein naar een paar haltes te ver nemen en teruglopen, of jezelf in bijvoorbeeld de eerste tien kilometer tijdens een training van 30 kilometer op te blazen. Deze trainingsmethoden vereisen overigens ook zelfkennis en zul je zeker niet terugvinden in standaardwerken over het voorbereiden van een marathon of ultraloop.

  13. Ingrid

    …in alle reacties kan ik wel iets vinden en is in mijn verslagje te lezen, ben ook enorm gecharmeerd door de rustige gemoedelijkheid, hoop dat Texel een opstapje was voor nog heel veel mooie Ultra’s (rondje Walcheren ?)

    http://dewittekenianen.punt.nl/index.php?r=1&id=577164&tbl_archief=#r811532

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s